Reisverhaal 2 : De reis naar Schotland (2-12 augustus 2004)


"Ze zijn zot", moet de reactie zijn van wie de film zou zien van enkele episoden uit onze reis naar de Central Highlands: 14 mensen in de plenzende regen en dichte mist, sommigen compleet 'verpakt', anderen in short, met gespikkelde benen van de insectenbeten, nog anderen met paraplu's die stand houden tegen de wind - maar meestal niet voor lang! - slechts één deelnemer met droge schoenen - de anderen konden hun sokken uitwringen - natte kleren (Magda: "Geen vezeltje van mijn lichaam is nog droog"), stappen in zompige veengrond, tussen kletsnatte varens en kletsnatte lange grassen. Djoef, djoef, zuig, zuig. "Kijk, daar komt er eentje terecht in een put vol slijk … tot aan zijn knieën. En daar nog eentje tot aan haar middel. En kijk, daar valt er eentje in een beek. Ha, nu gaan ze ergens op een natte steen zitten om iets te eten. Neen, ze moeten vluchten voor zwermen midgets. En daar wachten ze op een bus! Maar ze blijven niet staan, neen, ze lopen door elkaar 'als in een asiel' en ze maken gekke bewegingen voor hun gezicht. Weer die midgets, want sommigen lopen met een net over hun kop. Bekijk dat toch eens! Is dat vakantie? Die mensen zijn zot!" En toch, en toch. Vraag het aan de deelnemers! Ze zullen u zeggen: "Het was een schitterende reis en we zijn Jos zeer dankbaar voor zijn initiatief en tactvolle leiding."

De Highlands worden terecht beschouwd als één van de mooiste, ongeschonden streken in Europa: dramatische landschappen; majestueuze bergkommen; heerlijke wilde tuintjes; bloeiende heide; vennetjes pronkend in de zon - ja, we hadden ook zonneschijn! - verrassende vergezichten onder een staalblauwe lucht of onder dreigende zwarte wolken; vriendelijke mensen en interessante historische sites. En daar kwamen nog bij: een prettige, kameraadschappelijke sfeer onder de Schampavieters; lekker eten dankzij kookvader Luc en saladekoning Christiaan en de vele, nijvere handen; ongewone, sobere, maar niet onaangename verblijfplaatsen; humor, plezier, veel gelach en vooral vriendschap. Tof!

Fascinerend Schotland. 525 miljoen jaren geleden botsten twee tektonische platen tegen elkaar. We krijgen plooien gaande van wat later Newfoundland zou worden, over Ierland, Schotland (vroeger Caledonia genoemd) tot in Griekenland. 200 jaar duurde dit geologisch proces. Later sleten de hooglanden fel af: de erosie. Na de Caledonische plooiing volgden de Hercynische ( 417-292 miljoen jaar geleden) en de Alpine (vanaf - 50 miljoen jaar), die zich tot in de Schotland laat voelen en nog steeds verder gaat. Onze groep zat middenin dit vroeger onrustig gebied en kon de lange ruggen en dalen bewonderen. Ook de resultaten van de gletsjerwerking uit de Ijstijd: de zwerfkeien, de krassen in de rotsen, de drumlins, de U-vormige dalen enz.

Schotland werd nooit door de Romeinen veroverd en kon slechts met de allergrootste moeite door het grotere en rijkere Engeland overmeesterd worden. Het verloor nooit zijn identiteit en slaagde er recentelijk in binnen het Verenigd Koninkrijk een grote autonomie te verwerven. Sommigen spreken er nog steeds Gaelic, de taal der Kelten. Schotland blijft het land van herders, clans, doedelzakken, kilts, kastelen, grauwe ruïnes, maar ook van een technisch hoogstaande industrie. Het is één van de weinige regio's waar de Reformatie ingang vond zonder noemenswaardig bloedvergieten. Het voerde als eerste de algemene leerplicht in en speelde in de 16de en 17de eeuw een niet onbelangrijke rol in de verspreiding van de idealen van de Verlichting. Dit land van verdraagzaamheid wordt ook geroemd om de dapperheid van zijn soldaten tijdens zowel de tweede als de eerste wereldoorlog. Fascinerend Schotland! Het is maar als je er doorheen stapt, dat je het echt kan zien, proeven, ruiken, voelen, kennen, beleven.

Op maandag 2 augustus bereikten we vanuit Berchem via Glasgow en Fort William het onooglijk plaatsje Tulloch, meer bepaald Roy Bridge. We stapten er van een dieseltreintje in een stationnetje (dat leek geplukt te zijn uit de TV-reeks Oh Dr. Beeching): het werd omgebouwd tot een herberg. 'Het was onmiddellijk prijs': de waard, Alan, en zijn vrouw, Belinda, bleken buitengewone vriendelijke en behulpzame mensen te zijn.

's Anderendaags, dinsdag, maakten we een tocht in de omgeving van Tulloch en kregen op die manier voeling met het vaak desolate landschap en het wisselvallige weer. Niet getreurd, er wachtte een warme douche en … de drying room voor eventueel natte kleren en handdoeken.

Woensdagochtend werden we verwend met een typisch Brits ontbijt, dat Allan en Belinda hadden klaargemaakt. We stapten gezwind naar de volgende bestemming, terwijl onze bagage vervoerd werd met het treintje: gratis! Jawel! De tocht ging langs Loch Ossian naar Corrour, opnieuw een stationnetje en welgeteld één huis (tevens gelagzaal). Verder was er in de buurt niets of niemand te zien. Donderdag weer met de dagrugzak op verkenning: naar Loch Treig en rondom Creag Ghuanach. Sommige beken en rivieren zien zwart van de turf in het water: pure Guinness …

Ook de volgende dagen zouden we telkens twee keer op dezelfde locatie overnachten. Een te onthouden formule!

Op vrijdag stapten we naar het gastvrije Kinlochleven, kwamen daarbij voorbij het Blackwater Reservoir en konden tijdens de afdaling genieten van een verrassend uitzicht op Loch Leven. Zaterdag onder een stralende zon deden we een deel van de koninginnetocht: naar de Mamores, met een uitzicht op de kloof waardoor de Nevis stroomt. Indrukwekkend! De naam 'Little Himalaya' is waarlijk niet gestolen. Zondag, toen we langs de Military road stapten naar Glencoe, genoten we opnieuw van zonnig weer.

Maar maandag, toen we koninginnetocht 2 wilden ondernemen, was het 'eerder vochtig'. Dermate dat we het tweede deel van de tocht maar wijselijk langs de baan deden. De paadjes waren beken geworden en de beken rivieren. Die oversteken was onmogelijk.

Op dinsdag bracht de bus ons naar Fort William - voor inkopen - en vervolgens naar de Ben Nevis Inn aan de voet van de gelijknamige berg. Hij is de hoogste van Groot-Brittannië, 1344 m. Na een korte, opnieuw eerder 'vochtige' wandeling, keerden we terug naar onze bunkhouse voor een 'droge' picknick. We besloten in de namiddag Fort William te bezoeken: een klein, typisch stadje gelegen aan een groot loch en met een gezellige winkelstraat.

Woensdag, onze laatste wandeldag, konden we kiezen tussen de beklimming van de Ben Nevis of een wandeling naar Glen Nevis (glen = dal, vallei; ben = berg). De beklimmers van de Ben kregen na de opvallend rode, groene en paarse graniet zicht op het perfecte wit: de dichte mist op de top. Die top is nogal vlak want de Ben Nevis is eerder een bult. We werden niet alleen getracteerd op mist, maar ook op de gutsende regen van het merk N.O. (Niet Ophouden) en op een 'frisse' wind van minstens 80 km/uur. De wandelaars van het prachtige en historisch interessante dal moesten zich daarentegen tevreden stellen met slechts een mild regentje.

's Avonds aten we in de Ben Nevis Inn (de verdieping boven het bunkhouse) en genoten van het optreden van enkele Schotse muzikanten. Het concert was bedoeld voor de plaatselijke bevolking, dus: geen typische Schotse muziek, wel pop. Het was ook het moment om Jos te danken: "Leve onze Jos en hij mag er wezen!" Vast en zeker! Na een korte nacht - we hoorden de djing djing boven onze hoofden - keerden we moe maar tevreden Belgiëwaarts. Helaas, niet zonder enige vertraging. Maar die zou toch nog een laatste gezellig samenzijn opleveren in de luchthaven van Gatwick. Iedereen was op tijd thuis en was het ermee eens: het was een schitterende vakantie.

Albert Comhaire